#

Laadpunten elektrische auto’s op gemeenschappelijk terrein

 

Parkeergarages en/of parkeerterreinen zijn een gemeenschappelijk bezit. Er is dus altijd toestemming nodig van de algemene ledenvergadering voor wijzigingen aan deze gemeenschappelijke bezitting. Bovendien is er voor het plaatsen van een elektrisch laadpunt een tussenmeter nodig, en dient er een gebruiksovereenkomst afgesloten te worden. Tevens zitten er kosten aan verbonden, voor de installatie maar ook voor de verzekering en het onderhoud.
 
In de meeste gevallen hebben de eigenaren geen vaste parkeerplaats. Indien dit wel het geval is, dan is een wisseling van een parkeerplaats niet eenvoudig. Indien in het splitsingsreglement is vastgesteld welke parkeerplaats bij welk appartementsrecht hoort, zou bij een wijziging de splitsingsakte aangepast moeten worden, en dat maakt het een kostbare zaak.
 
Na goedkeuring van de algemene ledenvergadering wordt geadviseerd onderstaand stappenplan aan te houden:

 

  1. Maak elke parkeerplaats klaar voor een mogelijk laadpunt. Oftewel: Kabels doortrekken et cetera.
  2. Kies voor één aanbieder voor de aanleg hiervan.
  3. Plaats het laadpunt zodra de bewoner aangeeft elektrisch te gaan rijden.
  4. Zorg dat de centrale verrekening van de stroomkosten goed geregeld is.

 

Bij de keuze voor een oplaadpunt of oplaadpunten, is het erg belangrijk of het gaat om een individuele installatie of om een gemeenschappelijke voorziening. Voor een individuele installatie kunnen de volgende voorwaarden door de vergadering worden gesteld:

 

  • De installatie wordt aangebracht voor rekening en risico van de eigenaar.
  • Een erkende installateur dient de montage en installatie uit te voeren.
  • De eigenaar dient de uitvoering te melden aan het bestuur, zodat er toezicht gehouden kan worden.
  • Na afloop van de werkzaamheden moet er een certificaat worden verstrekt aan het bestuur, welke aantoont dat de voorziening is geïnstalleerd conform de vastgestelde voorschriften.
  • Via een tussenmeter wordt het stroomverbruik doorbelast aan de eigenaar.
  • De opstalverzekering moet goedkeuring geven.
  • Indien de installatie niet meer gebruikt wordt, dient de eigenaar de installatie op eigen kosten te verwijderen. 

 

Alle voorwaarden dienen opgenomen te worden in een gebruiksovereenkomst, waarin ook vastgelegd staat wat er gebeurt bij schade of indien de eigenaar verhuist.

 

De vergadering kan ook kiezen voor een collectieve installatie. Dit besluit zou genomen moeten worden met een gekwalificeerde meerderheid. In de meeste gevallen willen eigenaren welke niet elektrisch rijden niet meebetalen aan de installatie. Dit hoeft ook niet doordat er in het vergaderbesluit kan worden vastgelegd dat de eigenaren die van deze maatregel geen profijt hebben, niet hoeven bij te dragen in de kosten.

Indien het Modelreglement 2006 van toepassing is, kan de vergadering besluiten in welke verhouding de eigenaren bij moeten betalen. De verdeling van de breukdelen staat hier los van. De afwijkende kostenverdeling dient opgenomen te worden in het huishoudelijk reglement.

In het Modelreglement 1973 en het Modelreglement 1992 is niet bepaald dat van de verdeling van breukdelen afgeweken kan worden. Eigenaren die wel meebetalen doen dit in onderlinge verhouding van de deelnemende breukdelen.